Wat is een 22kW laadpunt en waarom een dikke kabel nodig is
Een 22kW laadpaal kan een elektrische auto zeer snel opladen. Dat doet hij met drie fases en een maximale stroom van 32 ampère per fase. Dit is veel meer dan een gewone lader voor thuis, die meestal met 1 fase of 3×16 ampère werkt. Door dit hoge vermogen loopt er flink wat stroom door de kabel. Daarom is het belangrijk om te kiezen voor een dikke, stevige kabel die deze belasting aan kan, zonder gevaar op oververhitting of stroomverlies. Een te dunne kabel raakt sneller warm en kan zelfs schade veroorzaken aan de installatie of auto. Wie veilig en zonder zorgen wil laden, kiest dus altijd de juiste kabeldikte.
Aanbevolen kabeltype en minimale dikte
Voor een krachtig laadpunt zoals deze raden vakmensen en bedrijven een speciale stroomkabel aan: de zogenaamde YMvK 5x6mm². Dit is een stevige grondkabel met vijf aders van zes vierkante millimeter doorsnede. De extra dikte is nodig om het vermogen van 22kW veilig aan te kunnen. Een kabel met een kleinere doorsnede (bijvoorbeeld 4mm²) zou sneller warm worden, vooral bij langere afstanden tussen de meterkast en het laadpunt. Speciaal voor het 22kW laden zijn de regels duidelijk: altijd minstens 6mm² dikte bij deze kabel, zodat alles veilig blijft. Deze kabel is geschikt voor gebruik in de grond en binnen, en kan goed tegen kou en vocht.
Lengte van de kabel en spanningsverlies
Hoelang de kabel moet zijn, hangt af van de afstand tussen je meterkast en waar de laadpaal komt. Het is belangrijk dat het spanningsverlies klein blijft, want als er onderweg teveel stroom verloren gaat komt er minder energie aan bij het laadpunt, en dat merk je bij het laden zelf. Bij een kabel van 6mm² kun je meestal tot zo’n 30 meter probleemloos overbruggen. Is het verder, dan is het soms verstandig om nog een dikkere kabel te kiezen, bijvoorbeeld 10mm², zodat het verlies kleiner is. Ook bij stugge bochten of als de kabel door warme ruimtes moet, kan een dikkere draad nodig zijn. Laat hierover altijd een installateur meedenken, want veiligheid gaat voor alles.
Installatie en veiligheid bij het aansluiten van het laadpunt
Het aansluiten van een laadkabel van deze grootte is werk voor een deskundige elektricien. Naast de dikke kabel hoort er in de meterkast een aparte groep te komen voor het laadpunt, met een eigen zekering die zeker 32 ampère aan kan. Ook hoort er een aardlekschakelaar bij, die de boel uitschakelt als er iets mis gaat. Het juiste aansluitmateriaal voorkomt brand en zorgt ervoor dat de stroom blijft waar hij hoort. Zelf aanleggen is niet verstandig, omdat het gaat om hoge stromen en ingewikkelde regels. Kies voor een gecertificeerde installateur, die ook de NEN1010-norm volgt voor veilig werken aan krachtinstallaties. Dan weet je zeker dat je jarenlang zonder zorgen kunt laden.
Veelgestelde vragen over de kabel voor een 22kW laadpaal
- Wat voor type kabel gebruik je voor een 22kW laadpunt? Voor een 22kW laadpunt gebruik je meestal een YMvK kabel met vijf aders van 6mm² dikte. Deze kabel kan het hoge vermogen en de belasting veilig aan.
- Waarom moet de kabel zo dik zijn bij krachtig opladen? De kabel voor krachtig opladen moet dik zijn, omdat er veel stroom doorheen loopt. Een dikke kabel voorkomt dat de draad warm wordt en zorgt dat de stroom zonder problemen aankomt bij het laadpunt.
- Wat gebeurt er als je een te dunne kabel gebruikt? Een te dunne kabel kan warm worden of zelfs smelten bij langdurig hoog stroomgebruik. Ook ontstaat er dan meer verlies van energie onderweg, waardoor het laden langzamer gaat.
- Moet een installateur de kabel plaatsen? Het plaatsen van een kabel voor krachtig laden moet altijd door een installateur gebeuren. Zo weet je zeker dat het veilig gebeurt en voldoet aan de regels.
- Kan ik zelf bepalen hoe lang de kabel mag zijn? De lengte van de kabel heeft invloed op het spanningsverlies. Overleg altijd met een elektricien, want bij lange afstanden is soms een nog dikkere kabel nodig om veilig te laden.
